Brain Based Learning; de neurowetenschap achter ontwikkeling en verandering

Neurowetenschap is een van de snelst groeiende onderzoeksgebieden. Met de opkomst van nieuwe technologie neemt onze kennis over het brein in hoog tempo toe. Brain Based Learning gaat over het toepassen van deze kennis voor het ontwikkelen van kennis, gedrag en attitude in organisaties. Maar met de groei van deze kennis rijst de vraag: hoe pas je dit toe in de praktijk en wat is de daadwerkelijk toegevoegde waarde van dit nieuwe paradigma?
De laatste 50 jaar is er veel gebeurd op het gebied van leiderschap en persoonlijke en communicatieve effectiviteit. Door onderzoek is onze kennis van gedrag in organisaties toegenomen. Dit onderzoek is echter altijd vanuit het psychologisch en sociologisch paradigma gedaan. Hiermee is er in onze kennis en begrip een hiaat ontstaan. Dit hiaat is de biologische basis van leiderschap, communicatie en persoonlijke effectiviteit. Boertien Vergouwen Overduin vult dit hiaat op door Brain Based Learning, een combinatie van ‘hard science’ en ‘soft skills’. We maken hierbij gebruik van een aantal Brain Based Principles.

1.Verandering
Ontwikkeling en verandering gaan vaak samen. We ontwikkelen onze mensen en organisaties omdat we beter willen worden, dingen anders willen doen of soms juist niet meer willen doen. Dit vraagt om verandering. Het lastige hierbij is dat ons brein niet van verandering houdt, maar van voorspelbaarheid en het hebben van controle over de omgeving. Evolutionair gezien geeft dit immers de grootste kans op overleving. Bij verandertrajecten starten we dan ook met het vergroten van de voorspelbaarheid en het gevoel van controle. We creëren gezamenlijk een nieuw toekomstbeeld dat mensen helpt grip te krijgen op de situatie. Dit opent de deur naar individueel en collectief leren en daarmee naar veranderen.

2.Sociaal 
Mensen zijn ‘hard wired to connect’. Sociale interactie en deel uit willen maken van een groep zit in ons systeem ingebakken. Onze hersenen bevatten zelfs speciale zenuwcellen, zogenoemde spiegelneuronen, die als functie hebben gedrag af te kijken en van anderen te leren. Deze neuronen staan aan de basis van alles wat wij kunnen. Individuele doelen zijn pas relevant als ze in een sociale context toegepast kunnen worden. Dit betekent dat wij mensen ook vooral met elkaar laten leren en ontwikkelen. Niet alleen in een trainingssessie, maar ook daarbuiten. Wij kijken hierbij goed naar de sociale context waarin nieuwe kennis, vaardigheden en attitude toegepast moet worden en sluiten daar nauw op aan.

3.Persoonlijk 
Ondanks dat wij mensen echte groepsdieren zijn, is ons brein egocentrisch, het redeneert vooral vanuit het eigen belang. Ons brein activeert zich naar mate onze inspanningen worden beloond. Mensen verschillen in de mate van beloning die hun inspanning oplevert en deze beloning zit veelal op een van de volgende vijf gebieden of drivers:
  • Status: onze plek in de pikorde.
  • Zekerheid: de mate van voorspelbaarheid van uitkomsten.
  • Autonomie: de mate van keuzevrijheid die iemand ervaart.
  • Verbondenheid: behoud van relaties binnen een sociale groep.
  • Eerlijkheid: in distributie van resources en middelen.
Dit betekent dat wij bij ontwikkel- en veranderingstrajecten deze biologische drivers meenemen in ons design. De interventies die wij ontwikkelen bevatten voldoende beloningsmechanismen om deze vijf drivers te activeren. Dus de ene medewerker krijgt een voorlopersrol als change agent (status), terwijl de ander deel gaat uitmaken van een klankbordgroep (zekerheid).

4.Emotie 
Veranderen en ontwikkelen betekent dat mensen moeten leren. Het deel van onze hersenen dat sterk betrokken is bij leren (de hippocampus) ligt midden in het limbisch systeem, het deel verantwoordelijk voor onze emotiehuishouding. Grofweg kunnen we stellen dat zonder emotie er geen leren plaatsvindt. Hierdoor kan een negatieve emotie, zoals stress, een negatief effect hebben op leren en ontwikkelen. De hippocampus is namelijk ook betrokken bij het reguleren van het stresshormoon cortisol. Cortisol kan vervolgens schade aanbrengen aan de hippocampus, met als gevolg dat informatie niet of minder wordt verwerkt.

Dit betekent dat wij in onze ontwikkeltrajecten aandacht besteden aan het creëren van de juiste emoties. Dit doen wij door negatieve emoties te adresseren en deze om te buigen naar een positieve mindset, zodat leren kan plaatsvinden. Maar ook door positieve en faciliterende emoties, die het leren juist bevorderen, actief te koppelen aan leermomenten.

Jan-Willem Bouwmeester

Deel dit artikel

Wellicht ook interessant